Het Verhaal van VSP

Het verhaal • Hoofdstuk 03

De nasleep

Wat in Bar Boele gebeurde, duurde ongeveer dertig seconden. Maar wat daarna volgde, duurde maanden en veranderde alles.

Wat in Bar Boele gebeurde, duurde ongeveer dertig seconden. Maar wat daarna volgde, duurde maanden.

In de dagen na het incident leek het alsof de zaak zou overwaaien. Marlon en Reinout ontliepen de universiteit bewust om de situatie te laten rusten. De kerstvakantie kwam eraan. Marlon vertrok namens VSP naar Rome voor de Atreju-conferentie. Binnen VSP ging het leven door: er was een grote kerstborrel, er was een bestuursdiner en de partij bleef actief.

Alles wees erop dat het incident, hoe vervelend ook, uiteindelijk zou blijven wat het was: een uitgelokt kroegopstootje na een avond vol provocaties. Marlon en Reinout dachten dat hun tegenstanders na ontnuchtering ook wel hadden ingezien dat hun eigen aandeel die avond minstens zo groot was. Dit had iets kunnen zijn wat de dag erna door normale mensen was opgelost met een gesprek, een handdruk en de conclusie dat iedereen beter had moeten handelen.

Zo leek het tenminste.

Van bed gelicht

Op 30 december veranderde alles.

In alle vroegte werd Reinout van zijn bed gelicht. Rond 05.30 uur stonden agenten voor de deur. Hij werd aangehouden op verdenking van openlijke geweldpleging en discriminatie, in de boeien geslagen en meegenomen. Daarna moest hij ongeveer zes uur wachten voordat hij werd verhoord en zijn telefoon werd in beslag genomen.

Marlon had het geluk dat hij op dat moment in het buitenland was. Daardoor werd hij niet thuis opgehaald, maar kon hij telefonisch een afspraak maken om zich de volgende dag zelf op het politiebureau te melden.

De manier waarop zij werden behandeld, stond in geen enkele verhouding tot wat er werkelijk was gebeurd. Alsof zij een terroristische aanslag hadden voorbereid. Alsof zij deel uitmaakten van een zware criminele organisatie. Alsof het ging om een grote geweldszaak, terwijl het in werkelijkheid ging om een uitgelokt opstootje in een kroeg, met als eindresultaat een bloedneus.

Daar bleef het niet bij. De telefoon van Reinout werd langdurig vastgehouden. Marlon kreeg te maken met een telefoontap. Zijn gesprekken werden afgeluisterd in het kader van het onderzoek. Zelfs uit het tapverslag bleek uiteindelijk niets belastends. Helemaal niets.

Dat roept de vraag op: waarom werd voor een opstootje van dertig seconden zo zwaar ingezet?

De discriminatieknop ging om

Het antwoord ligt in het frame dat direct na het incident werd opgebouwd. Omdat de betrokken student en zijn medestanders beweerden dat er sprake was van discriminatie, kwam de zaak in een totaal andere categorie terecht. Niet als een gewoon kroegincident, niet als een opstootje waarvan er in Amsterdam dagelijks ernstigere voorbeelden zijn, maar als een zaak met een mogelijk discriminatoir motief.

Daarmee werd de zaak niet behandeld als een simpele geweldszaak, maar als een zaak op de discriminatiestapel.

Dat is essentieel om te begrijpen wat daarna gebeurde. De zaak kwam terecht bij een gespecialiseerde officier van justitie op het gebied van discriminatie, haatzaaiing en haatmisdrijven. Niet zomaar een officier die een kroegopstootje beoordeelde, maar iemand uit de hoek van het Landelijk Expertisecentrum Discriminatie. Daarmee werd de zaak vanaf het begin bekeken door de bril van haat, racisme en discriminatie.

Precies dat maakte het gevaarlijk. Want zodra die bril eenmaal op stond, werd alles door dat frame bekeken. Een opstootje werd een mogelijk haatmisdrijf. Tegenstrijdige verklaringen werden bewijs van discriminatie. Een politieke tegenstander werd een weerloos slachtoffer. En Marlon en Reinout werden neergezet als daders van racistisch geweld.

Een nieuwe discriminatiewet

Op 1 juli 2025 trad een nieuwe wet in werking die het discriminatoir aspect als algemene strafverzwaringsgrond vastlegt. Daardoor kan het strafmaximum met een derde worden verhoogd wanneer een strafbaar feit is gepleegd met een discriminatoir aspect.

WET Initiatiefvoorstel discriminatoir aspect als strafverzwaringsgrond Bekijk het wetsvoorstel op eerstekamer.nl →

Die wet kwam voort uit het initiatiefvoorstel van onder anderen Frans Timmermans. In de toelichting en behandeling ging het om echte hate crimes: strafbare feiten waarbij haat tegen of discriminatie van een groep mensen een drijfveer is geweest. Denk aan antisemitische incidenten, bedreigingen rond moskeeën en vernielingen bij Joodse instellingen.

Belangrijk is ook wat daar juist niet automatisch onder valt. Niet iedere belediging of grove uitlating tijdens een strafbaar feit maakt van dat feit meteen een discriminatiezaak. Een willekeurige overvaller die tijdens een overval racistisch scheldt, pleegt daarmee niet automatisch een hate crime. Iemand kiezen omdat die fysiek kwetsbaarder is, valt daar ook niet zomaar onder. Hetzelfde geldt voor iemand beroven op een homo-ontmoetingsplaats omdat de dader denkt dat het slachtoffer minder snel aangifte doet, of voor het kiezen van een kind of oudere vanwege kwetsbaarheid.

Er moet dus een materieel verband zijn tussen het strafbare feit en het discriminatoire aspect. Het moet gaan om een feit waarbij haat tegen of discriminatie van een groep tot uitdrukking wordt gebracht. Dat is iets totaal anders dan een uitgelokt kroegopstootje na urenlang uitschelden, provoceren en bier gooien.

Toch werd deze zaak precies daarvoor gebruikt: als voorbeeldzaak. Een zaak waarmee de nieuwe discriminatiebenadering in de etalage werd gezet. En hoe kon dat beter dan met de voorzitter van de grootste rechtse studentenpartij van Nederland en Reinout Vlaardingerbroek, het broertje van Eva Vlaardingerbroek?

Eerst opluchting, daarna ongeloof

Na de verhoren en het onderzoek waren Marlon en Reinout geschokt door de manier waarop zij waren behandeld. De aanhouding, de inbeslagname van telefoons, de tap, de toon van het onderzoek: alles voelde alsof zij werden behandeld als gevaarlijke extremisten.

Tegelijkertijd dachten zij dat de zaak daarmee achter de rug was. De camerabeelden zouden laten zien wat er werkelijk was gebeurd. De verklaringen spraken elkaar tegen. Er was geen bewijs voor een racistisch motief. Er was geen zware mishandeling. Er was geen haatmisdrijf.

Dus vertrouwden zij erop dat de zaak zou worden geseponeerd, of dat zij uiteindelijk in de rechtbank zouden worden vrijgesproken.

Maar rust kwam er niet.

8 januari: de media slaan toe

Op 8 januari verschenen de eerste grote artikelen. Ad Valvas en Het Parool brachten het incident precies in het frame waar de tegenstanders van VSP op hoopten.

Voor de politieke tegenstanders van VSP was dit het moment waarop zij bloed roken. Wat op de avond zelf niet meer was dan een uitgelokt opstootje, werd aangegrepen als kans om eindelijk te doen wat drie jaar lang niet was gelukt: Marlon, Reinout en VSP definitief beschadigen. Niet via debat, niet via verkiezingen, niet via inhoudelijke kritiek, maar via framing, anonieme verklaringen, mediadruk en strafrecht. Met behulp van bevriende en welwillende contacten in de media werd het incident opgeblazen tot het verhaal dat zij al jaren wilden vertellen: VSP als gevaar, Marlon als dader, Reinout als mededader en de activistische tegenpartij als slachtoffer.

Ad Valvas publiceerde onder de kop: "VSP'ers aangehouden vanwege mishandeling student". In het artikel werd gesproken over deportatie, over het n-woord, over harde klappen en over een slachtoffer dat zou zijn mishandeld. De verklaringen waren anoniem, kwamen uit dezelfde politieke kring en bevatten precies de elementen die nodig waren om van een kroegopstootje een haatmisdrijf te maken.

Het Parool deed hetzelfde. De kop en framing waren vernietigend: een studentenborrel op de campus van de VU zou zijn geëscaleerd na een nazilied, waarbij een student zwaar zou zijn mishandeld. Het verhaal werd vervolgens door andere media overgenomen, vaak zonder de andere kant zorgvuldig te belichten.

De context uit deel 1 en deel 2 ontbrak vrijwel volledig. De jarenlange hetze tegen VSP werd niet uitgelegd. De rol van de betrokken student als activist werd buiten beeld gelaten. De politieke achtergrond van de getuigen werd niet benoemd. Dat Marlon eerst bier over zich heen kreeg, werd verdraaid. Dat Marlon en Reinout juist probeerden weg te gaan en verdere escalatie wilden voorkomen, verdween uit beeld.

Zo ontstond het verhaal dat maandenlang zou blijven rondzingen: Marlon en Reinout als daders van extreemrechts geweld, de activistische tegenpartij als weerloze slachtoffers.

Trial by media door Het Parool

Los van het incident en los van de rechtszaak ontstond in de maanden daartussen nog een tweede spoor: een trial by media door Het Parool. Dat spoor ging niet meer over wat er die avond in Bar Boele precies was gebeurd, maar over de poging om Marlon als persoon en VSP als beweging publiekelijk kapot te maken.

Daarin speelde vooral Tahrim Ramdjan van Het Parool een centrale rol. Ook Tjarda Kuyt was bij de berichtgeving betrokken, maar Ramdjan was degene die actief verder ging zoeken. Marlon is bovendien niet de enige die ernstige kritiek heeft op zijn werkwijze. Ook in andere kwesties werd Ramdjan hard aangesproken op journalistieke zorgvuldigheid. Advocaat Peter Plasman schreef in een andere zaak dat zijn cliënt geen enkel vertrouwen in hem had, omdat Ramdjan volgens hem bij herhaling had laten zien de elementaire vaardigheden van een goed journalist te ontberen: objectieve en feitelijk juiste berichtgeving werd ingeruild voor sensatie.

Uit een andere zaak Citaat van advocaat Peter Plasman over de werkwijze van Tahrim Ramdjan
Advocaat Peter Plasman over Tahrim Ramdjan, in een andere zaak. Bron: Het Parool →

Precies dat is ook wat Marlon in deze zaak ervoer. Niet journalistiek onderzoek om de waarheid boven tafel te krijgen, maar het verzamelen van belastende verhalen uit een politieke kring die al jaren op zoek was naar munitie tegen hem. Na de eerste artikelen roken de tegenstanders van VSP bloed. Wat begon als een uitgelokt kroegopstootje, werd aangegrepen om alsnog te bereiken wat via meldingen, rapporten en universiteitspolitiek niet was gelukt: Marlon, Reinout en VSP beschadigen via media, reputatieschade en sociale druk.

Tahrim Ramdjan stuurde berichten rond naar tot honderd betrokkenen bij de VU met de vraag of zij Marlon kenden en of zij negatieve ervaringen met hem hadden. Daarbij werd benadrukt dat contact met bronnen strikt vertrouwelijk zou blijven en dat hun identiteit niet bekend zou worden gemaakt. In theorie is bronbescherming een journalistiek principe. In deze context werkte het anders. In een omgeving waarin dezelfde activistische kring Marlon en VSP al jaren probeerde te beschadigen, werd anonimiteit een wapen.

Screenshot uit de berichtgeving rond het bronnenonderzoek van Het Parool
Uit het dossier rond de berichtgeving van Het Parool.
Screenshot uit de berichtgeving rond het bronnenonderzoek van Het Parool
Uit het dossier rond de berichtgeving van Het Parool.

Wie een politieke rekening wilde vereffenen, kon alles verklaren zonder zelf zichtbaar verantwoordelijkheid te dragen voor de gevolgen. Uiteindelijk reageerden ongeveer dertig mensen, opnieuw uit dezelfde hoek die in dit dossier steeds terugkomt: ChangeVU, SRVU en VU for Palestine. Dezelfde kring als bij eerdere valse meldingen, dezelfde kring als bij de rapporten, dezelfde kring als bij de getuigenverklaringen rond het incident.

Het resultaat was een mail van Tahrim Ramdjan met ongeveer vijftig vragen. De aantijgingen gingen niet alleen over Bar Boele, maar over alles waarmee iemand in de huidige cancelcultuur sociaal kan worden vernietigd: seksueel grensoverschrijdend gedrag, aanranding, fysiek geweld, bedreiging, racisme, homofobie, transfobie, nazisme en extreemrechtse associaties. Alle klassieke cancelcultuurlabels kwamen voorbij.

Sommige vragen waren zo absurd dat zij meer zeiden over de bereidheid van politieke tegenstanders om Marlon kapot te maken dan over de werkelijkheid. Een voorbeeld:

Volgens betrokkenen kust u deze avond een medewerker van de VU op zijn mond, nadat u riep: "He faggot, faggot, mag ik geen kusje?" Herkent u dit en hoe reageert u hierop?

— uit de vragenlijst van Tahrim Ramdjan (Het Parool)

Hoe verzin je het.

Namens Marlon is vooraf gewaarschuwd dat zulke beschuldigingen, zonder hard bewijs, enorme gevolgen zouden hebben voor zijn veiligheid, reputatie, studie, werk en toekomst. Dat was geen theoretische zorg. Door eerdere publicaties had Marlon al te maken gekregen met ernstige bedreigingen en verbleef hij deels in het buitenland. Toch zette Tahrim Ramdjan door.

Het artikel verscheen alsnog. Het stond vol met valse verdachtmakingen, anonieme verklaringen en verdraaide verhalen. De schade was enorm. Er kwamen meer bedreigingen, zelfs doodsbedreigingen. Marlon verloor zijn baan. Belangrijke sollicitaties werden afgekapt, kansen waar hij drie jaar lang naartoe had gewerkt. Alles waar hij met tijd, energie en de beste bedoelingen aan had gebouwd, werd in één klap onderuit getrokken. VSP kreeg een harde klap te verduren doordat minder loyale leden bang werden voor hun eigen reputatie. Reinout werd meegesleurd in dezelfde mediastorm en dreigde studievertraging op te lopen. En dat allemaal nog voordat een rechter naar de zaak had gekeken.

Het verhaal werd daarna door andere media overgenomen en verder verspreid. Maar Marlon en Reinout werden zelf niet uitgenodigd om hun kant rustig toe te lichten. Er werd vooral over hen gesproken, niet met hen. Daardoor kreeg het frame alle ruimte om zich vast te zetten voordat een rechter de camerabeelden had beoordeeld of voordat de andere kant werkelijk was gehoord.

Later ging deze hetze zelfs mensen binnen ChangeVU te ver. De toenmalige voorzitter en vicevoorzitter van de universiteitsraad, die namens ChangeVU waren verkozen, stapten op. Daarbij kwam naar buiten dat mensen in de media "dingen aangedikt of verzonnen en andere dingen weggelaten" zouden hebben. Precies de waarschuwing die Marlon vooraf had gegeven.

Maar die nuance kwam niet terug in de grote media. Er kwam geen eerlijke correctie. Er kwam geen breed herstel. Het Parool bleef vervolgpublicaties brengen en de framing werd steeds verder verspreid. Sterker nog: het quasi-onderzoeksartikel van Tahrim Ramdjan werd later zelfs gebruikt als bron in het reclasseringstraject, alsof een artikel vol anonieme en politiek gekleurde beschuldigingen een serieuze basis kon zijn om Marlon op radicalisering te beoordelen.

Dat is de rode draad in het hele verhaal. Eerst waren er valse meldingen op de VU. Daarna rapporten. Daarna anonieme verklaringen in de media. Daarna getuigenverklaringen bij de politie. Steeds dezelfde kring. Steeds dezelfde methode. Steeds anoniem, verdraaid of niet controleerbaar. En steeds hetzelfde doel: Marlon, Reinout en VSP beschadigen.

Waar hebben we dat eerder gezien? De rapporten

Na de publicaties volgde mailwisseling met Tahrim Ramdjan van Het Parool over rectificatie. Marlon wees hem erop dat er aantoonbare onjuistheden in de artikelen stonden, dat ernstige beschuldigingen zonder objectieve vaststelling waren gepubliceerd en dat inmiddels zelfs binnen de kring van politieke opponenten was erkend dat er richting media dingen waren aangedikt, verzonnen en weggelaten.

Een concreet voorbeeld was de beschuldiging over een vermeende kus aan een medewerker van de VU. Die medewerker liet Marlon na publicatie zelf weten dat de weergave in Het Parool niet overeenkwam met de werkelijkheid. Toch bleef Het Parool achter de publicaties staan.

Tahrim Ramdjan en Tjarda Kuyt schreven namens Het Parool dat zij beschikten over foto's, video's, WhatsAppberichten, e-mails, politiedocumenten en vertrouwelijke rapporten van studenten. Maar toen Marlon vroeg op welke concrete beschuldigingen die stukken betrekking hadden en hoe die stukken de juistheid daarvan zouden aantonen, kwam daar geen controleerbare onderbouwing op. Het Parool stelde dat er een deugdelijke grondslag bestond, maar weigerde het bronnenmateriaal te overleggen met een beroep op bronbescherming.

En daar kwam het woord opnieuw terug: rapporten.

Waar hebben we dat eerder gezien?

Precies. In deel 1 is al uitgelegd hoe VSP eerder te maken kreeg met rapporten uit dezelfde politieke kring. Rapporten die werden gepresenteerd alsof zij objectief waren, maar in werkelijkheid waren opgebouwd uit anonieme, niet verifieerbare en politiek gekleurde beschuldigingen. De onafhankelijke mediator zei daarover letterlijk dat het "in feite een opsomming is van niet onderbouwde beweringen van een vertegenwoordiger van Change VU."

De mailwisseling met Tahrim Ramdjan laat precies zien hoe die cirkel werkte. Zodra Marlon om concrete verificatie vroeg, bleef Het Parool verwijzen naar bronnen, rapporten en materiaal dat niet werd overlegd. Zodra werd gewezen op aantoonbare onjuistheden en op de erkenning dat politieke opponenten dingen hadden aangedikt of verzonnen, volgde geen rectificatie. Hooguit werd in latere publicaties duidelijker vermeld dat Marlon de aantijgingen betwistte.

Maar het kwaad was toen al geschied. De beschuldigingen stonden online. De reputatieschade was aangericht. De bedreigingen waren begonnen. En de anonieme verklaringen uit dezelfde politieke kring waren opnieuw gebruikt als brandstof voor het frame.

De demonstratie van 12 februari

Op 12 februari werd er een demonstratie georganiseerd tegen VSP en Marlon. Opnieuw kwamen dezelfde kringen samen: mensen uit de omgeving van ChangeVU, SRVU, VU for Palestine en andere activistische netwerken.

Op de demonstratie waren borden te zien met "FCK VSP". Ook waren Antifa-symbolen aanwezig. Dat is wrang. Een demonstratie die zegt te gaan over sociale veiligheid en tegen geweld, liet ruimte aan symboliek van een beweging die zelf nadrukkelijk met confrontatie, intimidatie en geweld wordt geassocieerd.

Demonstratie tegen VSP en Marlon op 12 februari, met 'FCK VSP'-borden en Antifa-symbolen
De demonstratie van 12 februari.

De ironie werd nog groter doordat in diezelfde week in Frankrijk een jonge man, Quentin, om het leven kwam na een gewelddadige confrontatie met extreemlinkse demonstranten van Antifa. Dat is geen hoofdzaak in dit dossier, maar het laat wel zien hoe selectief het begrip "sociale veiligheid" werd gebruikt. Tegen VSP werd de zwaarste morele taal ingezet. Tegelijkertijd mochten mensen zich op dezelfde demonstratie zichtbaar associëren met een beweging die zelf met politieke intimidatie, geweld en zelfs doodslag in verband wordt gebracht.

Bron: Nieuwrechts.nl Nieuwrechts.nl: 'Rechts herdenkt student Quentin (23), die werd vermoord door Antifa'
Lees het volledige artikel op Nieuwrechts.nl →

Justitie zet door

Na een korte periode van relatieve rust kwam de volgende klap.

Marlon moest via berichtgeving in de media vernemen dat het Openbaar Ministerie de zaak daadwerkelijk zou doorzetten. De verdenkingen waren zwaar. Marlon werd vervolgd voor poging tot zware mishandeling, openlijke geweldpleging en discriminatie. Reinout werd vervolgd voor openlijke geweldpleging en discriminatie.

Het Parool maakte daar opnieuw groot nieuws van. Volgens de berichtgeving kon Reinout een celstraf van maximaal zes jaar krijgen en Marlon zelfs maximaal ruim zeven jaar.

De reclassering en het radicaliseringsframe

Ter voorbereiding op de rechtszaak kreeg Marlon een uitnodiging van de reclassering. Het Openbaar Ministerie had gevraagd om een adviesrapport over hem op te stellen voor de rechtszaak.

Wat daarna gebeurde, laat zien hoe ver het frame inmiddels was doorgeschoten.

Marlon kreeg te maken met ambtenaren die zich bezighielden met radicalisering en extremisme. Er moest kennelijk worden onderzocht of hij een geradicaliseerde extremist was. Niet op basis van bewezen feiten, maar op basis van het beeld dat inmiddels over hem was gecreëerd.

De vragen gingen in de sfeer van:

Gelooft u, net als Thierry Baudet, dat we worden bestuurd door reptielen?

Zou u een relatie kunnen hebben met iemand die niet wit is, bijvoorbeeld iemand uit Suriname of Nigeria?

Wat vindt u van de multiculturele samenleving?

Kent u Gideon van Meijeren?

Gelooft u in pedonetwerken?

— uit de vragen die de reclassering aan Marlon stelde

Daar zat Marlon dan, als iemand die kennelijk moest bewijzen dat hij geen radicale extremist was.

Ook werden er persoonlijke vragen gesteld over zijn jeugd en achtergrond. En wat diende als belangrijke voedingsbodem voor de zorgen? Het quasi-onderzoeksartikel van Tahrim Ramdjan van Het Parool. Een artikel dat vol stond met onwaarheden, anonieme verklaringen en verdraaiingen, werd gebruikt als leidraad voor een gesprek over radicalisering.

Na twee afspraken moest zelfs de reclassering erkennen dat dit beeld niet klopte. Er was geen reden voor toezicht. Geen reden voor interventies. Geen aanwijzing dat Marlon een geradicaliseerde gek was die op basis van extreme overtuigingen iemand iets zou aandoen.

De conclusie van de reclassering was helder:

Wij vinden interventies of een toezicht niet nodig. Er is immers een laag risico op recidive.

— conclusie reclasseringsrapport

Daar hadden ze dus twee gesprekken voor nodig.

De rechtszaak van 4 juni

Op 4 juni was de rechtszaak.

Niet bij een politierechter, maar bij een meervoudige strafkamer. Met veel pers. Met vrienden en medestanders van de betrokken student in de zaal. Met een tolk voor de betrokken student. En dat allemaal voor een uitgelokt kroegopstootje van ongeveer dertig seconden.

De zitting duurde uiteindelijk ongeveer vijf uur.

Vooraf was de verwachting dat, zodra de camerabeelden zouden worden getoond, duidelijk zou worden dat alle toeters en bellen rondom deze zaak buitenproportioneel waren. Dat het geen zware mishandeling was. Geen haatmisdrijf. Geen gezamenlijke aanval van Marlon en Reinout. Geen zaak die maandenlange media-aandacht en een meervoudige strafkamer rechtvaardigde.

Na ongeveer tweeënhalf uur werden de beelden in de zaal getoond. Voor veel aanwezigen was dat een vreemd moment. Want wie de beelden zag, kon zich afvragen: is dit nou waarom we hier zitten?

Is hiervoor een maandenlange mediacampagne gevoerd?
Is hiervoor iemand van zijn bed gelicht?
Is hiervoor een telefoontap ingezet?
Is hiervoor een reclasseringsgesprek over radicalisering gevoerd?
Is hiervoor een meervoudige strafkamer nodig?

Tijdens de zitting werd ook duidelijk wat de publicaties van Tahrim Ramdjan van Het Parool persoonlijk hadden aangericht. Toen Marlon sprak over de ernstige gevolgen van die artikelen, de bedreigingen, reputatieschade, angst, baanverlies en de persoonlijke ontwrichting, zat Tahrim Ramdjan zelf in de zaal. In plaats van enige terughoudendheid of besef van de impact, moest hij volgens aanwezigen meerdere keren geniepig lachen. Juist op het moment dat werd besproken wat zijn publicaties hadden veroorzaakt, had zijn houding alle schijn van leedvermaak. Dat maakte de situatie voor Marlon, zijn familie en zijn vrienden alleen maar pijnlijker.

De eis van het OM

Na het verhoorgedeelte, waarin Marlon en Reinout opnieuw werd gevraagd wat zij wel en niet hadden gezegd, kwam het Openbaar Ministerie met de eis.

Die eis sloeg in als een bom.

Het OM begon met een weergave van de gebeurtenissen die niet aansloot bij de camerabeelden. De poging zware mishandeling werd gemotiveerd vanuit het idee dat ernstig letsel had kunnen ontstaan. Maar wie de beelden bekijkt, ziet juist dat als Marlon daadwerkelijk de intentie had gehad om iemand zwaar te verwonden, dat op dat moment gemakkelijk had gekund. Dat is niet gebeurd.

Reinout werd openlijke geweldpleging verweten omdat hij Marlon volgens het OM in staat zou hebben gesteld om geweld te plegen en mensen zou hebben weggeduwd. Maar uit de beelden en uit zijn handelen bleek juist dat hij niet actief deelnam aan het fysieke moment en de situatie probeerde te deëscaleren.

En toen kwam het discriminatieverhaal.

Daar werd pas echt duidelijk hoe ver het frame was doorgeschoten. Het OM stelde dat de tegenstrijdige getuigenverklaringen toch voldoende zouden zijn om aan te nemen dat discriminerende woorden waren gezegd. Maar zelfs los daarvan werd een redenering gebruikt die iedere verhouding met bewijs verloor.

Tijdens de strafeis zei de officier van justitie dat het feit dat Marlon en Reinout twee "witte" mannen zijn en de betrokken student een Egyptenaar is, op zichzelf al voldoende zou kunnen zijn om het incident als discriminatie te omschrijven. Niet omdat de camerabeelden dat bewezen. Niet omdat er audio was. Niet omdat er objectief bewijs lag voor een racistisch motief. Maar omdat de betrokken student het zo zou kunnen hebben ervaren.

Volgens die redenering moeten "witte" Nederlanders zich extra bewust zijn van mogelijk "krenkingsgevaar" wanneer zij met minderheden te maken hebben, omdat bepaalde woorden door minderheden als grievend kunnen worden ervaren. Daarmee werd het strafrecht ineens niet meer gebaseerd op wat aantoonbaar is gezegd of gedaan, maar op identiteit, gevoelsbeleving en de veronderstelde machtsverhouding tussen twee "witte" mannen en een Egyptische student.

Dat is precies waarom deze zaak zo gevaarlijk werd. Een uitgelokt kroegopstootje werd niet beoordeeld op de beelden, het letsel, de context en de feiten, maar op een ideologisch schema: wit tegenover niet-wit, meerderheid tegenover minderheid, krenking tegenover bewijs.

Terwijl de scheldwoorden die Marlon en Reinout die avond zelf naar hun hoofd kregen, "nazi", "fascist" en "fucking nazis", nauwelijks gewicht leken te krijgen, werd de vermeende gekwetstheid van de betrokken student juist centraal gezet. Niet wat bewezen was, maar wat gevoeld kon worden, werd leidend gemaakt.

Daarmee werd de kern van de zaak volledig verschoven. Niet langer ging het alleen om wat er aantoonbaar was gebeurd. Niet langer ging het om camerabeelden, letsel en bewijs. Het ging ineens om interpretatie, identiteit en gevoel. En op basis van die redenering probeerde het OM van een kort, uitgelokt opstootje alsnog een discriminatiezaak te maken.

Zes maanden en vijf maanden cel

De eis was buitenproportioneel.

Tegen Marlon eiste het OM zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Tegen Reinout werd vijf maanden geëist, waarvan eveneens drie maanden voorwaardelijk.

De zaal was geschokt. Familie en vrienden van Marlon en Reinout waren zichtbaar geëmotioneerd. Na afloop werd door aanwezigen hardop gezegd wat velen dachten: wat een onrecht.

En de betrokken student en zijn medestanders? Die vonden het nodig om de geëmotioneerde familie opnieuw uit te lachen en te provoceren.

Twee weken later zou de uitspraak van de rechter zijn.