De uitspraak
Na de buitenproportionele eis van het Openbaar Ministerie was het wachten op de uitspraak. Zou de rechtbank meegaan in het frame dat maandenlang door politie, OM, media en politieke tegenstanders was opgebouwd? Of zou zij terugkeren naar de kern: de beelden, het letsel, de context en de feiten?
Op 17 juni kwam het vonnis.
De rechtbank ging mee in de kern van het verhaal van het OM. Marlon en Reinout werden veroordeeld. Marlon kreeg een taakstraf van 240 uur en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Reinout kreeg een taakstraf van 180 uur.
Dat was minder dan de eis, maar nog steeds buitenproportioneel.
Voor een uitgelokt opstootje van ongeveer dertig seconden. Voor een bloedneus. Voor een zaak waarin de beelden iets anders laten zien dan het frame dat er maandenlang van is gemaakt.
Het meest schokkende aan het vonnis is niet alleen de straf, maar vooral de manier waarop de rechtbank de gebeurtenissen beschrijft. In het vonnis worden conclusies getrokken die niet overeenkomen met wat op de camerabeelden te zien is. Er wordt gesproken over meerdere vuistslagen tegen het hoofd, over het met kracht tegen de grond slaan van het hoofd van de betrokken student en over een gezamenlijke aanval door Marlon en Reinout. Maar dat beeld klopt niet met de beelden.
Ook opvallend is hoe het vonnis omgaat met getuigenverklaringen. Er wordt zwaar geleund op verklaringen uit dezelfde politieke kring die Marlon, Reinout en VSP al jarenlang bestreed. Van de zeven belastende getuigen zaten vijf namens ChangeVU in de universiteitsraad, of zouden daar het jaar erop in komen, inclusief het vermeende slachtoffer zelf.
Daar komt bij dat sommige verklaringen op meerdere punten niet overeenkomen met de camerabeelden en ze elkaar tegenspreken. Dat is precies het probleem: een getuige verklaart meerdere dingen, waarvan 90% door de beelden worden tegengesproken, dan kun je het ene punt niet ineens als betrouwbaar fundament gebruiken alleen omdat dát ene punt niet met beeld of audio kan worden uitgesloten. Toch is dat precies wat hier lijkt te gebeuren: aantoonbaar wankele verklaringen worden terzijde geschoven waar ze niet kloppen, maar alsnog gebruikt waar ze het frame ondersteunen.
Ook de rol van Reinout wordt in het vonnis groter gemaakt dan de beelden rechtvaardigen. Van iemand die niet slaat en juist niet actief deelneemt aan het fysieke opstootje, wordt een medepleger gemaakt omdat hij volgens het vonnis een omstander zou hebben tegengehouden. Daarmee wordt een beperkte, chaotische handeling in een opstootje opgeblazen tot bewuste samenwerking in openlijke geweldpleging.
Zelfs het vertrek na afloop wordt verdacht gemaakt. Alsof Marlon en Reinout lachend zouden zijn weggegaan, terwijl zij juist vertrokken omdat de situatie opnieuw dreigde te escaleren.
De rechtbank oordeelde bij Marlon ook dat sprake was van poging tot zware mishandeling.
Het OM en de rechtbank redeneerden dat ernstig letsel had kunnen ontstaan. Maar het feit dat iets theoretisch had kunnen gebeuren, betekent nog niet dat iemand dat ook heeft geprobeerd. Dat is het grote verschil tussen een uit de hand gelopen opstootje en poging zware mishandeling.
Als Marlon werkelijk de intentie had gehad om iemand zwaar te verwonden, had de situatie er totaal anders uitgezien, want daar had hij alle ruimte voor. Dat gebeurde niet. Het letsel bleef beperkt. Het eindresultaat was een bloedneus.
Nog problematischer is het discriminatieoordeel.
Er is niets discriminerends gezegd (wel vanuit de andere kant). Er is geen audio. Er is geen camerabeeld waarop die woorden hoorbaar zijn. Er zijn geen neutrale getuigen die dit objectief bevestigen. Er zijn wel verklaringen uit dezelfde politieke kring die Marlon, Reinout en VSP al jarenlang bestreed en waarvan andere verklaringen eerder al door de beelden zijn tegengesproken.
Toch ging de rechtbank mee in het oordeel dat sprake was van een discriminatoir aspect.
Daarbij werd een redenering gevolgd die deze zaak zo gevaarlijk maakt. Het OM stelde tijdens de strafeis dat het feit dat Marlon en Reinout twee "witte" mannen zijn en de betrokken student een Egyptenaar is, op zichzelf al relevant was voor de beoordeling. Niet omdat de beelden een racistisch motief bewezen. Niet omdat er audio was. Niet omdat er objectief bewijs lag. Maar omdat de betrokken student het zo zou kunnen hebben ervaren.
Volgens die redenering moeten "witte" Nederlanders zich extra bewust zijn van mogelijk "krenkingsgevaar" wanneer zij met minderheden te maken hebben, omdat bepaalde woorden als grievend kunnen worden ervaren. Daarmee verschoof de zaak van bewijs naar beleving, van feiten naar identiteit, van wat aantoonbaar is gebeurd naar wat iemand zou kunnen hebben gevoeld.
Volledige uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2026:6136) Bekijk het vonnis op rechtspraak.nl →Voor het bestaan van een discriminatoir oogmerk is dus voldoende als kan worden vastgesteld dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte heeft beseft dat hij — door "facking neger" te zeggen — noodzakelijkerwijs haat tegen of discriminatie van een groep — in dit geval zwarte mensen — tot uitdrukking heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is hier evident sprake van. Het is een feit van algemene bekendheid dat het woord "neger" — in dit geval kracht bijgezet door daar "facking" aan toe te voegen — een beledigende, denigrerende en dehumaniserende term is die voor zwarte mensen extreem kwetsend is. Het is een term die afkomstig is uit de tijd van kolonisatie en slavernij, waarin zwarte mensen niet als volwaardige burgers werden behandeld en waarvan zij vandaag de dag nog steeds de gevolgen ondervinden.
— uit het vonnis
De rechtbank ging vervolgens mee in de gedachte dat het gebruik van het n-woord, in het vonnis omschreven als kracht bijgezet door daar "facking" aan toe te voegen, een beledigende, denigrerende en dehumaniserende term is. Volgens de rechtbank is het een term die afkomstig is uit de tijd van kolonisatie en slavernij, waarin zwarte mensen niet als volwaardige burgers werden behandeld en waarvan zij vandaag de dag nog steeds de gevolgen ondervinden.
Maar precies daar zit het probleem.
Juist over dit cruciale onderdeel ontbreekt objectief bewijs. Geen audio. Geen camerabeeld. Geen neutrale getuigen. Wel verklaringen uit een politiek vijandige kring die al maanden bezig was met framing, anonieme beschuldigingen en mediadruk.
Eerst worden dus betwiste woorden aangenomen. Daarna wordt daaraan een discriminatoir aspect gekoppeld. En vervolgens wordt een uitgelokt opstootje van dertig seconden opgetild tot een zaak over racisme, groepshaat en discriminatie.
Wat in het vonnis onvoldoende is meegewogen, is de totale context. Dat de betrokken student en zijn kring die avond actief de confrontatie opzochten. Dat Marlon en Reinout meerdere keren afstand probeerden te nemen. Dat Marlon eerst bier over zich heen kreeg. Dat getuigenverklaringen op belangrijke punten niet overeenkomen met de beelden. Dat Reinout geen actieve rol speelde in het fysieke opstootje. Dat Marlon en Reinout die avond zelf voortdurend werden uitgescholden voor "nazi", "fascist" en "fucking nazis".
Ook dat is niet onschuldig. Iemand een nazi of fascist noemen is tegenwoordig niet zomaar een scheldwoord. Het is bedoeld om iemand buiten de normale samenleving te plaatsen. Om iemand niet langer als gesprekspartner te hoeven zien, maar als gevaar.
Marlon, Reinout en VSP zijn jarenlang op die manier behandeld. Omdat zij conservatief zijn. Omdat zij rechts zijn. Omdat zij zich verzetten tegen de dominante ideologie op de universiteit. Omdat zij niet meededen met de politieke lijn van de activistische meerderheid.
Maar die vorm van demonisering telde nauwelijks mee. De gekwetstheid van het vermeende slachtoffer werd centraal gezet. De jarenlange ontmenselijking van Marlon, Reinout en VSP verdween naar de achtergrond.
Ook dat laat zien hoe selectief er met begrippen als veiligheid, discriminatie en kwetsing is omgegaan.
Hoger beroep
Er volgt hoe dan ook een hoger beroep.
Wanneer dat hoger beroep precies zal plaatsvinden, is nog niet bekend. Dat kan maanden duren. Maar deze zaak is niet voorbij.
In hoger beroep moet opnieuw worden gekeken naar de beelden, de verklaringen, het letsel, de context en de vraag of er werkelijk sprake was van poging tot zware mishandeling. Ook moet opnieuw worden gekeken naar de rol van Reinout en naar de vraag of een discriminatoir oordeel overeind kan blijven op basis van betwiste verklaringen uit een politiek gekleurde bronkring.
Als dit vonnis blijft staan, raakt dat niet alleen Marlon en Reinout. Dan ontstaat een gevaarlijk precedent: een uitgelokt incident, anonieme verklaringen en een mediacampagne kunnen dan genoeg zijn om iemand strafrechtelijk en maatschappelijk kapot te maken.
Daarom is hoger beroep noodzakelijk. Niet alleen om deze zaak recht te zetten, maar ook om duidelijk te maken dat een frame geen bewijs is. Dat anonieme politieke verklaringen geen objectieve waarheid zijn. En dat een uitgelokt opstootje niet mag worden opgeblazen tot een zaak over groepshaat en racisme wanneer het bewijs daarvoor ontbreekt.
De gevolgen
Ook als het hoger beroep uiteindelijk rechtzet wat hier mis is gegaan, is de schade nu al enorm.
Marlon verloor zijn baan. Sollicitaties werden afgekapt. Kansen waar hij drie jaar lang naartoe had gewerkt, verdwenen in één klap. Alles waar hij tijd, energie en overtuiging in had gestoken, werd beschadigd door een frame dat al online stond voordat een rechter zich inhoudelijk over de zaak had gebogen.
Ook Reinout werd meegesleurd in een strafzaak en mediastorm die zijn studie, reputatie en toekomst raakten.
De artikelen staan nog steeds online. De zoekresultaten blijven bestaan. De beschuldigingen blijven terugkomen. Iedere toekomstige werkgever, instantie of onbekende die hun namen opzoekt, vindt eerst het frame en pas veel later de feiten.
Dat achtervolgt hen de rest van hun leven. Niet omdat het frame klopt, maar omdat zij telkens opnieuw zullen moeten uitleggen wat er werkelijk is gebeurd.
De schade is niet alleen financieel. Het is ook persoonlijk. De VSP kon door aanhoudende dreiging niet meedoen aan de verkiezingen op de VU.
Mensen die naast je hadden moeten staan, kozen voor zichzelf. Sommigen werden bang voor hun eigen imago. Anderen namen afstand toen het moeilijk werd. Loyaliteit bleek voor velen slechts te bestaan zolang er niets op het spel stond.
Daarmee werd niet alleen een zaak beschadigd, maar ook een beweging waar jarenlang aan was gebouwd.
Drie jaar lang werkte Marlon aan VSP, zonder grote inkomsten en zonder veilig vangnet. Met tijd, energie en overtuiging. Voor open debat. Voor academische vrijheid. Voor het recht om ook als rechtse, conservatieve student een plek te hebben aan de universiteit.
En juist dat werd afgestraft.
Dit gaat daarom niet alleen over Marlon en Reinout. En ook niet alleen over VSP. Dit gaat over wat er gebeurt wanneer een rechts en conservatief geluid op een universiteit niet welkom is. Eerst wordt het verdacht gemaakt. Daarna geïsoleerd. Daarna geframed. En als het eenmaal publiekelijk is beschadigd, zeggen mensen: zie je wel, daar moet wel iets mis mee zijn.
Nu overkomt het VSP. Straks overkomt het anderen.
Steunen
De gevolgen van deze zaak zijn enorm. Er zijn juridische kosten gemaakt en het hoger beroep zal opnieuw veel tijd, geld en energie vragen, maar de schade gaat veel verder dan de rechtszaal. Door de hetze zijn inkomsten weggevallen, banen verloren gegaan, sollicitaties afgekapt en toekomstkansen beschadigd. Ook het intrekken of verliezen van een VOG kan ervoor zorgen dat werk waarvoor jarenlang is gebouwd ineens buiten bereik komt.
Uw steun helpt ons niet alleen om juridische stappen te zetten, maar ook om de bredere financiële en persoonlijke gevolgen van deze hetze te dragen. Denk aan weggevallen inkomen, reputatieschade, afgebroken kansen, juridische bijstand, het hoger beroep en het verspreiden van dit verhaal onder een groter publiek.
Wij vragen u daarom niet alleen om bij te dragen aan een rechtszaak. Wij vragen u om naast ons te staan in een strijd tegen framing, mediahetzes, cancelcultuur en politieke uitsluiting. En vóór het vrije woord, academische vrijheid en het recht om af te wijken van de heersende ideologie.
Steun ons.
Steun de rechtszaak →